Erectieproblemen en leeftijd: wat de cijfers per leeftijdsgroep zeggen
Nederlandse prevalentiecijfers per leeftijdsgroep, van 4 procent onder de dertig tot ruim 40 procent boven de zeventig. En waarom leeftijd een getal is en geen diagnose.
Geen arts of apotheker heeft deze tekst getoetst. Dat schrijven wij liever op dan een keurmerk te suggereren dat er niet is. Informatie, geen medisch advies.
Het korte antwoord
In een Nederlands onderzoek onder mannen vanaf 18 jaar, uitgevoerd via twaalf huisartsenpraktijken, had 17 procent een erectieprobleem: 6 procent licht, 4 procent matig en 7 procent volledig.
Dat gemiddelde zegt weinig, want achter die 17 procent zit een steile lijn. In de leeftijdsgroep tot dertig jaar ging het om 4 procent, tussen 61 en 70 jaar om 40 procent.
Dat is een duidelijk verband en geen verklaring. Dat verschil is het punt van deze pagina.
De Nederlandse cijfers per leeftijdsgroep
De aantallen uit datzelfde onderzoek, zoals later in een internationaal overzichtsartikel per leeftijdsgroep zijn weergegeven, lopen als volgt. Tot dertig jaar 4 procent. Van 31 tot 40 jaar 5,6 procent. Van 41 tot 50 jaar 13,7 procent. Van 51 tot 60 jaar 23,7 procent. Van 61 tot 70 jaar 40,0 procent. Van 71 tot 80 jaar 41,9 procent.
De duidelijkste sprong zit tussen de veertig en de zestig: daar verdubbelt het bijna twee keer. Daarna vlakt de lijn af.
Twee waarschuwingen horen erbij. Van de 5.601 aangeschreven mannen vulde 38 procent de vragenlijst in, en wie niet reageert kan systematisch verschillen van wie dat wel doet. En boven de tachtig lag de uitkomst op 33,3 procent met een zeer breed betrouwbaarheidsinterval; dat komt van kleine aantallen en is geen werkelijke daling.
Leg deze cijfers ook niet naast die van andere studies. In een overzicht van bevolkingsonderzoeken wereldwijd lag de prevalentie tussen 3 en 76,5 procent, en de auteurs noemen de gebruikte vragenlijst daarvan de belangrijkste bron van verschil.
Wat met de jaren toeneemt, en wat niet
De stijging zit voor een groot deel in de lichte en matige vormen, niet in de volledige. In een Nederlands bevolkingsonderzoek onder 50- tot 78-jarigen nam het aandeel met ernstig verminderde of afwezige erecties toe van 3 procent bij 50 tot 54 jaar naar 26 procent bij 70 tot 78 jaar.
Het klassieke Amerikaanse cohortonderzoek onder mannen van 40 tot 70 jaar vond hetzelfde patroon: alle vormen bij elkaar 52 procent, terwijl het aandeel met volledige impotentie verdrievoudigde van 5 naar 15 procent.
Leeftijd hing daar het sterkst met de klacht samen. Maar na correctie voor leeftijd bleven ook hartziekte, hoge bloeddruk, diabetes, de medicijnen die daarbij horen, en maten voor boosheid en depressie zelfstandig meewegen.
Leeftijd is dus de beste voorspeller en tegelijk de minst bruikbare, omdat er niets aan te doen is. Wat eronder zit is vaak wel aan te pakken; die oorzaken staan op de pagina over de oorzaken van erectieproblemen.
Wanneer leeftijd niet de verklaring is
Vier dingen pleiten ertegen dat de jaren de uitleg zijn. Een klacht die plotseling begon in plaats van over jaren. Een klacht die er in de ene situatie is en in de andere niet. Ochtenderecties die aanwezig blijven, want dan werkt de mechaniek. En leeftijd onder de veertig, waar de aantallen laag zijn.
Er is nog een reden om niet op leeftijd te blijven zitten. In een meta-analyse van cohortstudies ging erectiele disfunctie samen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten en op sterfte door alle oorzaken. De vaten in de penis zijn nauwer dan de kransslagaders, dus beginnende schade valt daar eerder op. Een geleidelijk ontstane klacht op middelbare leeftijd is daarmee ook een aanleiding om bloeddruk, bloedsuiker en cholesterol te laten nakijken.
Wat er wel geleidelijk verandert
Een aantal veranderingen hoort bij ouder worden zonder dat er iets mis is. Er is meer en directer prikkeling nodig, de erectie komt langzamer, hij is minder hard, en de tijd tussen twee keer wordt langer.
Hoe zwaar dat weegt, verschilt enorm. In een Europees onderzoek onder 3.369 mannen van 40 tot 79 jaar rapporteerde ongeveer 30 procent erectieproblemen, maar maakte slechts 38 procent van hen zich daar zorgen over. Die zorg piekte tussen de 50 en 59 jaar.
En in datzelfde Nederlandse onderzoek had 17 tot 28 procent van de seksueel actieve mannen geen normale erecties. Normale erecties zijn dus geen voorwaarde voor een seksueel actief leven.
Waar de grens ligt, bepaalt u zelf en niet een tabel. Heeft u er last van, dan is dat reden genoeg om het met de huisarts te bespreken.
Veelgestelde vragen
Hoeveel mannen hebben op mijn leeftijd erectieproblemen?
In een Nederlands onderzoek via huisartsenpraktijken was dat 4 procent tot dertig jaar, 5,6 procent van 31 tot 40, 13,7 procent van 41 tot 50, 23,7 procent van 51 tot 60, 40 procent van 61 tot 70 en 41,9 procent van 71 tot 80 jaar. Over alle leeftijden samen 17 procent.
Horen erectieproblemen bij ouder worden?
Deels. Meer prikkeling nodig hebben, langzamer stijf worden en een langere tussentijd horen bij de jaren. Maar leeftijd verklaart niet alles: in het grote Amerikaanse cohortonderzoek bleven hartziekte, hoge bloeddruk, diabetes, medicijnen en depressie ook na correctie voor leeftijd zelfstandig samenhangen met de klacht.
Waarom lopen de percentages op internet zo uiteen?
Omdat de vragenlijst het grootste verschil maakt. In een overzicht van bevolkingsonderzoeken wereldwijd lag de prevalentie tussen 3 en 76,5 procent, en de auteurs noemen het meetinstrument de belangrijkste bron van die spreiding.
Ik ben 35 en heb erectieproblemen, is dat zeldzaam?
In de Nederlandse cijfers ging het in de groep van 31 tot 40 jaar om 5,6 procent, dus ongeveer één op de achttien. Dat is niet zeldzaam en het is wel een leeftijd waarop leeftijd zelf de klacht niet verklaart. Laat het daarom nakijken.
Wanneer is het geen kwestie van leeftijd?
Als de klacht plotseling begon, als hij er in de ene situatie is en in de andere niet, als ochtenderecties gewoon aanwezig blijven, of als u onder de veertig bent. Een geleidelijk ontstane klacht hoort juist wel onderzocht te worden, omdat erectiele disfunctie samenhangt met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten.
Bronnen
- de Boer BJ e.a., Erectile dysfunction in primary care: prevalence and patient characteristics. The ENIGMA study (Int J Impot Res, 2004). bron ↗
- Kessler A e.a., The global prevalence of erectile dysfunction: a review (BJU Int, 2019), met de tabel waarin de Nederlandse cijfers per leeftijdsgroep staan. bron ↗
- Blanker MH e.a., Erectile and ejaculatory dysfunction in a community-based sample of men 50 to 78 years old (Urology, 2001). bron ↗
- Feldman HA e.a., Impotence and its medical and psychosocial correlates: results of the Massachusetts Male Aging Study (J Urol, 1994). bron ↗
- Corona G e.a., Age-related changes in general and sexual health in middle-aged and older men: results from the European Male Ageing Study (J Sex Med, 2010). bron ↗
- Thuisarts.nl (NHG): mijn penis wordt minder stijf. bron ↗
Elke link is gecontroleerd op de dag dat dit artikel werd bijgewerkt. Klopt er iets niet, dan horen wij dat graag via de correctiepagina.